|
Routes/Tracks plannen: kaarten
1 De kaart
De kaart is natuurlijk het belangrijkste onderdeel van het plannen van
een route. Koop een zo goed mogelijke kaart van het gebied waar de route
zal plaatsvinden. Een topografische kaart is meestal het interessantst,
deze bevat dan meestal een duidelijk coördinatenstelsel en hoogtelijnen.
Voor routes in België koop je daarom best kaarten van het NGI(of
IGN) op schaal 1/25000 of 1/50000. In het najaar van 2002 zouden er ook
(betaalbare) digitale kaarten kunnen gekocht worden bij het NGI.
Qua coördinaten staan er best minimaal de lat/long coördinaten
op en best ook nog de UTM coördinaten en grid.
Enigszins kunnen kaartlezen
is natuurlijk geen overbodige luxe.
2 Digitaliseren
Het digitaliseren is zeker de belangrijkste stap in het proces om
te kunnen komen tot een acuraat resultaat. De route die je zal tekenen
zal hiervan afhangen.
2.1 Scannen
Het scannen van de kaart en dan vermoedelijk wel het lastigste karwei.
Het digitale evenbeeld moet voldoende detail kunnen tonen op het scherm
zonder te groot te worden in omvang. Zelf scan ik met een Agfa-scanner
(een A4 flatbedscanner). Als instellingen gebruik ik qua resolutie 200
a 250 dpi, dit geeft voldoende detail. Ik scan de kaart in in mekaar overlappende
(horizontaal en verticaal) A4 delen. Vervolgens gebruik van het programma
ImageAssembler. Met
dit programma kan je de gescande delen terug aan mekaar plakken (in manuele
mode de referentiepunten instellen). Het resultaat bewaren in 24-bit RGB
.tif. In PhotoShop reduceer ik het aantal kleuren naar 256 en knip ik
het eigenlijke kaartgedeeltje uit de bitmap. Uiteindelijk bewaar ik het
resultaat in een .gif of .png bestand. Gebruik best geen .jpg want hier
worden steeds 16 miljoen kleuren bijgehouden en gebeurd de compressie
met kwaliteitsverlies.
2.2 Calibreren
Het calibreren is dan vervolgens zeer belangrijk, want dit bepaald de
juistheid van de positie van de kaart. Hiervoor is het belangrijk van
een kaart te hebben waarvan het coördinatenstelsel gekend is en waar
punten op staan met gekende coördinaten (bv de hoekpunten of UTM
grid snijpunten). Calibreren is dan ook niets meer dan het aanduiden van
referentiepunten met gekende coördianten in de GPS-software. Hiervoor
gebruik ikzelf het programma Fugawi
of OziExplorer.
Daarbij kun je voor het calibreren gebruik maken van maar liefst 9 punten
(best minimum 4) op de kaart waarvan je de juiste positie weet. Het programma
rekent dan zelf de overige coördinaten voor je uit. Let er op dat het
gebruikte coördinatenstelsel op de kaart ook ingesteld wordt voor
de gedtigitaliseerde kaart. Ik gebruik bij de Belgische NGI kaarten altijd
European 1950 (niet helemaal correct meer zeker wel voldoende), voor de
nieuwere WGS84. Deze informatie vind je in de legende van de kaart.
|